Voorkom VpB heffing bij uitkering uit de stamrecht BV

Vrijval winst bij uitkering

In het jaar waarin de uitkeringen aanvangen valt een (aanzienlijk) deel van de stamrechtvoorziening vrij in de winst van de BV. Deze vrijval wordt veroorzaakt door de verschillende rekenregels bij enerzijds de bepaling van de uitkeringen en anderzijds de fiscale waarde voor de heffing vennootschapsbelasting. Het berekenen van de uitkeringen gebeurt met de actuele rente, hetgeen momenteel resulteert in relatief lage uitkeringen. De fiscale waarde van deze uitkeringen moet echter worden berekend met een rente van 4%. Gevolg is een lage fiscale waarde en daardoor een heffing vennootschapsbelasting ten koste van de liquiditeit in de BV.

Voorkom of beperk heffing vennootschapsbelasting

De vrijval in de BV kost de belastingplichtige feitelijk ca. 40% (vennootschapsbelasting en aanmerkelijkbelangheffing). Als de heffing over de stamrechtuitkeringen in privé (inkomstenbelasting en bijdrage zorgverzekeringswet) hoger is dan die 40%, dan is het de vraag of de vrijval moet worden voorkomen. De vrijval en de daarmee gepaard gaande heffing vennootschapsbelasting zijn ook niet altijd (geheel) te voorkomen, maar een ontslagstamrecht biedt wel wat flexibiliteit die we in de adviespraktijk kunnen gebruiken. Daarvoor is het van belang regelmatig (bijvoorbeeld jaarlijks bij de bespreking van de jaarrekening) aandacht aan het stamrecht te besteden.

Zo moeten de periodieke uitkeringen uiterlijk aanvangen in het jaar waarin de belastingplichtige de AOW-leeftijd bereikt. Door het eerder laten ingaan van de uitkeringen kunnen eventuele verrekenbare verliezen in de BV wellicht worden benut.

In de jaren voor het bereiken van de AOW-leeftijd kan het stamrecht ook al (gedeeltelijk) worden afgekocht. De verplichting in de BV neemt dan af en daardoor ook de vrijval in het jaar dat de uitkeringen moeten ingaan. Het grote voordeel van afkoop is, dat de vrijval van de verplichting niet groter is dan het opgenomen bedrag. De afkoopsom moet worden verloond, maar er is sinds 2014 geen revisierente meer verschuldigd.

Welke optie ook wordt gekozen, het voorkomen van de vrijval is geen doel op zich. De samenhang met ander belast inkomen van betrokkene moet niet uit het oog worden verloren.

Een voorbeeld

Klaas 60 jaar, alleenstaand en 10 jaar geleden ontslagen. Op het moment van ontslag heeft hij ervoor gekozen zijn ontslagvergoeding van € 100.000 onder te brengen in een stamrecht BV. Hiervoor heeft Klaas een (stamrecht) BV opgericht en is er een (stamrecht) overeenkomst opgesteld waarin de afspraken tussen Klaas en zijn BV zijn vastgelegd. Jaarlijks zal de storting in de BV oprenten met het zogenaamde U-rendement en vanaf leeftijd 67 van Klaas zal de BV levenslang gaan uitkeren.

De huidige balanswaarde van de stamrechtvoorziening in de BV bedraagt € 114.000. Uitgaande van een U-rendement van 0.25% zal op leeftijd 67 van Klaas deze reserve dan ca. € 116.000 bedragen. Met dit bedrag zal de BV een levenslange lijfrente aan Klaas gaan uitkeren.

Wanneer een BV een lijfrente gaat uitkeren eist de belastingdienst dat deze uitkeringen worden berekend op dezelfde manier zoals een verzekeringsmaatschappij dat zou doen. Hierbij dient dus rekening gehouden te worden met de geldende (markt) rekenrente, kosten en sterftekans. Dit kan met een vergelijking op internet gemakkelijk worden gedaan. Uitgaande van de huidige tarieven zal de BV van Klaas hem jaarlijks een bedrag kunnen uitkeren van € 5.400.

Tot zover niets spannends….

De belastingdienst is in het algemeen niet blij met de vrijheden van een directeur grootaandeelhouder. Voor het uitkeren van stamrecht worden strenge regels gehanteerd. Zo is de BV verplicht bij het uitkeren van stamrecht een rekenrente te hanteren van 4%. Uitgaande van deze rente en de genoemde uitkering van € 5.400 is een waarde nodig van ca. € 70.000.

De aanwezige reserve in de BV van Klaas bedraagt € 116.000 en is daarom “te hoog gewaardeerd”. Gevolg is dat het verschil vrijvalt in de winst. Deze vrijval bedraagt € 46.000 (€ 116.000 – € 70.000) en vormt winst voor de BV. Hierover is een bedrag aan vennootschapsbelasting verschuldigd van € 9.200 (uitgaande van tarief van 20%).

Zoals u ziet kan bij uitkeren stamrecht een belastingclaim ontstaan!

Door het slim kiezen van de looptijd en hoogte van de uitkeringen (eventueel variatie aanbrengen in de hoogte) de vrijval beperken.